Tweetalige printerversie Eentalige printerversie

Schriftelijke vraag nr. 5-9493

van Zakia Khattabi (Ecolo) d.d. 5 juli 2013

aan de minister van Justitie

De rol van de getuigen bij een euthanasieverzoek

euthanasie

Chronologie

5/7/2013 Verzending vraag
26/7/2013 Antwoord

Herkwalificatie van : vraag om uitleg 5-3637

Vraag nr. 5-9493 d.d. 5 juli 2013 : (Vraag gesteld in het Frans)

Euthanasie is wettelijk toegestaan krachtens de wet van 28 mei 2002. Om aanspraak te kunnen maken op euthanasie moet de patiŽnt een meerderjarige of een ontvoogde minderjarige zijn die handelingsbekwaam en bewust is op het ogenblik van zijn verzoek; moet het verzoek vrijwillig, overwogen en herhaald zijn en niet tot stand zijn gekomen als gevolg van enige externe druk; en moet de patiŽnt zich in een medisch uitzichtloze toestand bevinden van aanhoudend en ondraaglijk fysiek of psychisch lijden.

Teneinde de wil van de handelingsonbekwame of onbewuste patiŽnt te respecteren, maakt de wet het mogelijk gebruik te maken van een wilsverklaring. Om geldig te zijn moet deze verklaring krachtens artikel 4 van de eutthanasiewet ďschriftelijk worden opgemaakt ten overstaan van twee meerderjarige getuigen, van wie er minstens een geen materieel belang heeft bij het overlijden van de patiŽntĒ.

Dat artikel bepaalt ook dat de persoon die een wilsverklaring wenst op te stellen, maar fysiek blijvend niet in staat is om ze op te stellen en te tekenen, een meerderjarig persoon kan aanwijzen, die zijn verzoek schriftelijk opstelt, ten overstaan van twee meerderjarige getuigen, van wie er minstens een geen materieel belang heeft bij het overlijden van de patiŽnt.

De rol van getuige is een fundamentele burgerdaad in het kader van een wilsverklaring inzake euthanasie. Voor de persoon die een wilsverklaring inzake euthanasie wil opstellen, is het niet altijd evident in zijn omgeving twee personen te vinden die hem willen bijstaan bij deze bijzondere opdracht. Het aanmaken van een register van personen die getuige willen zijn in het kader van een dergelijke wilsverklaring zou deze stap vergemakkelijken. Jammer genoeg zijn te weinig burgers op de hoogte van deze mogelijkheid.

Zou het niet opportuun zijn te voorzien in een regeling die de burgers zo goed mogelijk inlicht over de rol van getuige in het kader van een wilsverklaring inzake euthanasie?

Wat is uw advies over de opportuniteit om een register van vrijwillige getuigen op te stellen in het kader van de wilsverklaring inzake euthanasie?

Antwoord ontvangen op 26 juli 2013 :

In het kader van een vervroegd euthanasieverzoek vereist de wet dat twee getuigen aanwezig zijn op het tijdstip waarop de betrokkene zijn wilsverklaring opstelt (wet van 28 mei 2002, art. 4, § 1, vierde lid).

De rol van de getuige bestaat erin te waarborgen dat de betrokkene, op het tijdstip waarop hij zijn verklaring opstelt, bekwaam is om zijn wil uit te drukken en dat hij zulks vrijwillig doet, zonder dat enige externe druk hem tot die beslissing heeft gebracht.

In de praktijk wordt die rol van getuige vervuld door een persoon die relatief dichtbij de betrokkene staat, een persoon met wie hij gewoonlijk veel contact heeft. Sommige verenigingen, zoals Leif artsen, l’Association pour le Droit de Mourir dans la Dignité en de Vlaamse zustervereniging Recht op Waardig Sterven, kunnen de patiënt daarbij helpen. Maar een persoon die de betrokkene voorheen nooit heeft ontmoet, zal zich misschien moeilijker kunnen uitspreken over de bekwaamheid van de betrokkene om zijn wil uit te drukken. In die zin lijkt het niet noodzakelijkerwijs optimaal om een beroep te doen op een register van getuigen - dat niet lijkt te bestaan in andere domeinen die de aanwezigheid van getuigen vereisen.

Des te meer omdat dan de veel praktischere aspecten die een dergelijk register met zich brengt in aanmerking zouden moeten worden genomen, inzonderheid met betrekking tot de administratieve last, de kostprijs ervan of de formele hoedanigheid van die getuige, ...

De rol van de getuigen is thans niet verduidelijkt in de regelgeving inzake euthanasie. Maar indien dat noodzakelijk blijkt, zou de aangelegenheid kunnen worden besproken in het kader van de wetsvoorstellen tot wijziging van de wet van 2002 betreffende de euthanasie die thans worden onderzocht door de Commissie voor de Justitie en voor de Sociale Aangelegenheden van de Senaat.